De onderdelen.

Hoe vaak een deelnemer klassikaal geschoold wordt of een e-learning in eigen tijd volgt kun je bepalen door het aantal onderdelen dat je toevoegt aan een opleidingssoort. Dit kun je ook wel zien als het lesprogramma. Het lesprogramma kan bestaan uit:
  1. Dagen of dagdelen.
  2. Maar je kunt ook denken aan een uitgebreid lesrooster waarin je uur voor uur bepaalt wat voor les er gegeven wordt, door welke docent en in welk lokaal. 
  3. Wellicht wil je duidelijk maken dat er een lunch en/of diner geserveerd wordt en dat er op het einde van de dag een borrel plaatsvindt. 
  4. Maar misschien bepaal je dat er een eenvoudig lesrooster voorgeschreven wordt. Bijvoorbeeld dag 1, dag 2 en op dag 3 in de ochtend les en in de middag een examen. 

Leg per onderdeel o.a. de standaard duur, minimum en maximum aantal deelnemers, presentie- en slagingsplicht vast. Koppel naar behoefte een standaard docent en/of locatie aan een of meerdere onderdelen. Leg het te gebruiken of verbruiken materiaal vast. Maak je een opleiding dan worden de onderdelen, met de ingevulde informatie, gekopieerd. Deze informatie kan altijd weer gewijzigd worden in de opleiding.