Introductie
Wil je niet alleen registreren of een deelnemer geslaagd is (slagingsplicht), maar wil je ook cijfers en/of resultaten per deelnemer registreren? Maak dan eerst één of meerdere resultaatdefinities en bepaal aan welke opleidingssoorten, of aan een van de daartoe behorende soortonderdelen, deze gekoppeld moeten worden.
Indien het resultaat geldt voor:
  1. De gehele opleiding, ongeacht het aantal onderdelen, dan moet de resultaatdefinitie toegevoegd worden aan de opleidingssoort.
  2. Een bepaalde cursusdag dan moet de resultaatdefinitie toegevoegd worden aan het soortonderdeel. Bijvoorbeeld: heb je een opleidingssoort met drie onderdelen waarvan het laatste onderdeel het examen is. Ken dan de resultaatdefinitie toe aan dit laatste onderdeel.Elke keer als er een opleiding wordt aangemaakt op basis van een opleidingssoort, worden de resultaatdefinities automatisch, per deelnemer, aan de opleiding of onderdelen toegevoegd. Is de resultaatdefinitie toegevoegd aan de opleidingssoort dan wordt de einddatum van de opleiding overgenomen als datum van het resultaat. Is de resultaatdefinitie toegevoegd aan een soortonderdeel dan wordt de datum van het onderdeel overgenomen als datum van het resultaat.
Gemiddelde:
Het gemiddelde van alle resultaten kan per deelnemer getoond worden in verschillende documenten. Daarvoor heb je een documenttemplate nodig met datagroep 'OpleidingsDeelnemer', 'OpleidingsVraag' of 'Opleiding'. Alle ingevulde absolute resultaten worden hierin meegenomen.
Gewichten:
Bij het berekenen van het gemiddelde van een resultaat per deelnemer is het mogelijk om een bepaald resultaat zwaarder mee te laten tellen. Bijvoorbeeld: resultaat A weegt twee keer zo zwaar mee als de andere resultaten. Het eindcijfer wordt dan berekend op basis van de gewichten die je in een resultaatdefinitie hebt vastgelegd. Het gewicht kun je standaard instellen, maar kun je weer wijzigen in het resultaat dat gekoppeld is aan een opleidingssoort of soortonderdeel.


Zo doe je dat:
Een resultaatdefinitie maak je via functiegroep ‘Opleidingsdata’ en functie ‘Resultaatdefinitie’.
Klik op de knop 'Nieuw', en vul de volgende gegevens in:

Code:
Geef een herkenbare en unieke code in.

Omschrijving:
Geef de naam van het resultaat in, deze kun je bijvoorbeeld op een resultaatlijst of certificaat afdrukken.

Resultaattype:
  1. Absoluut: getal van 1 tot 10 of elk ander cijfer (cijfer na de komma is toegestaan).
  2. Relatief: zelf in te richten relatieve waardering (bijvoorbeeld 'Onvoldoende', 'Voldoende','Goed'). 
  3. Vrij: ruimte voor vrij in te geven tekst.

Absoluut:
Wijzig het minimum en / of maximum in te vullen cijfer, en geef het cijfer een bepaald gewicht. Dit gewicht wordt gebruikt in het berekenen van het gemiddelde.
  1. Minimum met 2 decimalen.
  2. Maximum met 2 decimalen.
  3. Gewicht met 1 decimaal.

Relatief:
De verschillende waarderingen maak je via functiegroep ‘Opleidingsdata’ en functie ‘Resultaattype Relatief’.

Inactief:Indien aangevinkt wordt deze resultaatdefinitie niet meer getoond als keuze mogelijkheid bij de opleidingssoort. De resultaatdefinitie kan dan ook niet meer als resultaat gekoppeld worden aaneen ingeschreven deelnemer. Is de resultaatdefinitie, voordat deze op inactief is gezet, al gekoppeld aan een opleidingssoort dan wordt deze bij het inschrijven van een deelnemer toch meegenomen als resultaat.
Voorbeeld: Absoluut.

Voorbeeld: Relatief.
Klik op de knop 'Opslaan & Terug' om de resultaatdefinitie te bewaren en terug te keren naar de lijst.


Heb je 'Relatief' als resultaattype gekozen dan moet je nog één of meerdere relatieve waarderingen aanmaken.
Klik op de functiegroep 'Opleidingsdata' en de functie 'Resultaattype relatief'.
Klik op de knop 'Nieuw', en vul de volgende gegevens in:
Naam: een waardering als bijvoorbeeld 'Voldoende' of 'Geslaagd'.
Code: bijvoorbeeld 'V' of 'G'.
Klik op de knop 'Opslaan & Terug' om de waardering te bewaren en terug te keren naar de lijst. Klik op de knop 'Nieuw' om een nieuwe waardering te maken.
De keuze-items worden gesorteerd op volgorde van aanmaken, kijk maar in de kolom 'Volgorde'. Is deze niet correct klik dan op de drie streepjes links onder aan de lijst om de keuzes te sorteren.


Het toevoegen van een of meerdere resultaatdefinities aan een opleidingssoort doe je als volgt:
Open de opleidingssoort.
Wil je de resultaatdefinities koppelen aan de opleidingssoort klik dan op de tab ‘Resultaten’.
Wil je de resultaatdefinities koppelen aan een onderdeel, open dan het onderdeel en klik op de tab ‘Resultaten’.
Klik in beide gevallen op de knop ‘Bewerken’.
Klik op het loepje en vink de resultaatdefinities aan die toegevoegd moeten worden
Klik op ‘Toevoegen’ en ‘Opslaan’.
Heb je al opleidingen gemaakt met deze opleidingssoort en moeten achteraf de resultaten gekoppeld worden aan de deelnemers klik dan in tab ‘Resultaten’ op de knop ‘Bewerken’ en ‘Bijwerken opleidingsvragen’. Wil je dit niet dan kun je inde opleiding per deelnemer nog een of meerdere resultaatdefinities achteraf toevoegen.


Uitvoering, deelnemers in de opleiding.
De resultaatdefinities zijn zichtbaar in de opleiding onder het tabblad ‘Deelnemers’, tenminste als je de kolom ‘Resultaat’ inde deelnemerslijst hebt toegevoegd.
Klik op het resultaat icoontje achter een van de deelnemers om de resultaten in te vullen.
Vul een getal in als dit nodig is of kies een resultaat uit de lijst.
De datums kunnen ook nog aangepast worden.
Ga met de pijltjestoets naar de volgende deelnemer.

Het invoeren van resultaten kent drie statussen, elke status is als icoontje zichtbaar:


Het invoeren van resultaten kent drie statussen, elke status is als icoontje zichtbaar:

  1. Het resultaat is ingevuld.
  2. Het resultaat moet nog ingevuld worden.
  3. Er is een resultaat gekoppeld, er hoeft niets ingevuld te worden.